Dutch verbs + Flemish cities

1 Verbs

In Dutch there are four types of verbs.

  • Sterke werkwoorden (= strong verbs)
  • Zwakke werkwoorden (=weak verbs)
  • Gemengde werkwoorden (= mixed verbs)
  • Onregelmatige werkwoorden (= irregular)

The verb ’spelen’ (= to play)  belongs to the category of the weak verbs and it is relative easy to conjugate. In this lesson it is conjugated in the present, past, future and present perfect tense.

Present simple   Past simple   Present perfect   future
Tegenwoordige tijd   Verleden tijd   Voltooid tegenwoordig tijd   Toekomende tijd
Spelen (=to play)   spelen   spelen   spelen
Ik speel   Ik speelde   Ik heb gespeeld   Ik zal spelen
Jij speelt   Jij speelde   Jij hebt gespeeld   Jij zal spelen
Hij, zij speelt   Hij speelde   Hij heeft gespeeld   Hij zal spelen
Wij, we spelen   Wij speelden   Wij hebben gespeeld   We zullen spelen
Jullie spelen   Jullie speelden   Jullie hebben gespeeld   Jullie zullen spelen
Zij, ze spelen   Zij speelden   Zij hebben gespeeld   Ze zullen spelen

2 Flemish cities

 

Brugge is a relative small and medieval city and there is a good atmosphere. It can be compared to Tallinn.

Gent can be compared to Brugge, but this city is larger. There is a lot of activity during the week because it’s a student city.

People from Antwerpen consider their city as the capital of Flanders, but the capital of Flanders (and Belgium) is Brussels.

Leuven has probably the highest density population of students in Belgium.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *